Home
Betekenis van het woord Atma PDF Afdrukken E-mail


Door Peter Krijger (2009)

Tijdens de eerste dag van een opleiding vragen we alle nieuwe studenten te vertellen wie ze zijn. Soms koppel ik daar een oefeningetje aan vast.
Mensen beginnen met het noemen van hun naam en beroep. Daarna vraag ik: ‘En wie ben je nog meer?’ Mensen moeten dan even nadenken en zeggen bijvoorbeeld: ‘Ik ben moeder van drie kinderen, ik ben Rotterdammer, ik ben de partner van Kees,’ enz.
Dan stel ik opnieuw de vraag: ‘En wie ben je nog meer?’ In het daaropvolgende antwoord komen er meer persoonlijke eigenschappen aan het licht: ‘Ik ben extravert, gevoelig, sociaal, een beetje onzeker, hulpvaardig,’ enz.
Vervolgens stel ik opnieuw dezelfde vraag: ‘En wie ben je nog meer? Dan gaan mensen vaak grinniken/Hierop volgt vaak enig gegrinnik en komen er filosofische antwoorden, van eenvoudige tot zeer genuanceerde: ‘Ik ben ik’, ‘ik ben een mens’, ‘ik ben licht’, ‘ik ben een goddelijke vonk’, ‘ik ben liefde’, ‘ik ben niets’, ‘ik ben een existentieel reiziger in het ruimte-tijd continuüm...’ enz.

Ik ben van mening dat ons algemene begrip van de menselijke natuur voortdurend evolueert. Die van mij evolueert mee met mijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Ik zal in dit artikel beschrijven hoe ik er momenteel over denk. Tevens zal ik beschrijven welke klassieke filosofische visie ik in dit verband heel waardevol vind.
 
Om te begrijpen wie we zijn, is het eerst van belang om ons af te vragen wie we niet zijn.

Ben ik mijn lichaam?

Nee. Ik ben niet mijn lichaam. En waarom niet? Omdat ik mijn lichaam kan waarnemen. En de waarnemer is nooit hetzelfde als wat hij waarneemt. Als ik bijvoorbeeld kijk naar een boom, dan ben ik niet de boom omdat ik de boom waarneem. Ook spreken we over ‘mijn lichaam’, dus is er sprake van een ‘ik’ dat mijn lichaam bezit. De bezitter is nooit hetzelfde als het bezit.
Er is dus een verschil tussen de ‘ik’ en het lichaam. Bovendien verandert het lichaam voortdurend. In een periode van ongeveer zeven jaar worden alle cellen van het lichaam door nieuwe cellen vervangen. Toch blijven we een gevoel van ‘ik’ behouden. Ik kan mij allerlei gebeurtenissen herinneren uit mijn kindertijd. Als ik zeg: ‘Mijn kleuterjuf was leuk,’ dan was mijn ‘ik’ van toen dezelfde als die van nu. We zien ons lichaam veranderen van kindertijd naar jeugd, volwassenheid en ouderdom, maar we blijven dezelfde ‘ik’.

Ben ik mijn hersenen?

Deze is lastiger. De hersenen kunnen we niet waarnemen. Ik kan niet zeggen: ‘Ik zie mijn hersenen, dus ben ik niet mijn hersenen’ hoewel we ze wel kunnen zien via een hersenscan. Sommige wetenschappers stellen dat het ‘ik’ niets anders is dan de hersenen of een gedeelte daarvan.

Uit duizenden geregistreerde bijna-doodervaringen (BDE’s) – grotendeels tijdens operaties en ernstige ongevallen - blijkt dat patiënten met een BDE die klinisch dood waren, ook dingen konden waarnemen zonder gebruik te maken van de zintuigen en de hersenen. Deze patiënten ervoeren dat ze hun lichaam verlieten en er boven zweefden. Ze konden van alles herinneren en beschrijven nadat ze weer bij bewustzijn waren. En dat terwijl hun ogen dicht waren en al hun hersenfuncties waren uitgeschakeld. Ze konden dus zien zonder ogen, horen zonder oren en denken zonder hersenen. Laat dat een waarschuwing zijn voor chirurgen: kijk uit wat je zegt en doet tijdens een operatie. De patiënt weet meer dan je denkt!

De mens bezit kennelijk bewustzijn dat onafhankelijk is van het fysieke lichaam en de hersenen. Bewustzijn is dus geen product van de hersenen. BDE’s zijn niet het gevolg van hallucinaties, veroorzaakt door chemische stoffen in de hersenen, zoals veel artsen denken. Veel mensen met een BDE kunnen namelijk exact beschrijven wat er gebeurde tijdens hun klinische dood, ondanks het feit dat ze in coma waren. Velen konden hun operatie precies beschrijven: welke doktoren en verpleegkundigen er bij waren, wat het verloop van hun hartslag was op de EEG en zelfs welke mensen er in de wachtkamer zaten. In het boek ‘Eindeloos bewustzijn’ gaat hartchirurg Pim van Lommel wetenschappelijk in op al deze BDE verschijnselen.

Uit de BDE’s kunnen we concluderen dat de mens niet zijn brein is. Hoe kunnen de patiënten met een BDE anders hun lichaam verlaten en toch dingen waarnemen, terwijl hun hersenen niet functioneerden? Er moet dus een ‘ik’ of waarnemer zijn die los staat van het brein. De vraag ‘Ben ik mijn hersenen?’ moeten we dus met ‘nee’ antwoorden.

Ben ik mijn bewustzijn?

Mensen met een bijna-doodervaring hebben dus bewustzijn met de daarbij behorende waarnemingen, gedachten, gevoelens en verlangens. Veel patiënten voelden zich zo bevrijd en gelukkig tijdens de BDE dat ze eigenlijk niet meer terug wilden naar hun lichaam. Ze gingen met enige tegenzin tóch terug, omdat de artsen hen reanimeerden en omdat ze liefde of verantwoordelijkheid voelden voor hun kinderen of andere dierbaren. Er was zelfs een vrouw die terugkeerde omdat ze zich zorgen maakte over de bloemkool die ze in de vuilnisemmer had gegooid. Die zou zo gaan stinken...

Voelen, zien, horen en willen duiden op bewustzijn. Maar de vraag: ‘Ben ik bewustzijn?’ moeten we volgens mij met ‘nee’ beantwoorden. We kunnen onze gedachten, gevoelens en verlangens namelijk waarnemen, dus moet er een ‘ik’ zijn die het bewustzijn en de inhoud daarvan waarneemt. We zeggen: ‘ik heb bewustzijn’ , ‘ik ben mij ervan bewust’ , ‘ik heb angstige gedachten’ en ‘ik heb fijne gevoelens’. Er is dus een ‘ik’ die het bewustzijn gebruikt om de wereld in en om zich heen waar te nemen en vorm te geven.

De ziel, de atma

Het waarnemende ik, dat zich bewust is van zijn omgeving, wordt in het Sanskriet ‘atma’ genoemd. Dit woord betekent o.a. ziel, essentie, levensbron, genieter en allesdoordringend. We zijn een ziel en we hebben bewustzijn, we hebben hersenen en we hebben een lichaam. Op de vraag ‘Wie ben ik?’ hebben we nu een antwoord: ‘Ik ben een ziel’. Maar wat is nu eigenlijk de ziel of atma en wat zijn haar eigenschappen? 

De atma is de bron van ons bewustzijn

Volgens de Upanishads van India is de ziel of atma immaterieel en spiritueel. Ze doorstraalt het hele fysieke lichaam met bewustzijn, zoals het vuur van een openhaard de hele kamer doorstraalt met licht en warmte. Het bewustzijn is net zo spiritueel als de ziel en is daarom fijner of subtieler dan de meest subtiele materie. Daarom doorstraalt de ziel alles met haar bewustzijn.
Het bewustzijn van de ziel kan expanderen en inkrimpen net zoals we het licht van een gloeilamp kunnen regelen met een dimmer. De lamp gaat meer licht geven als we de dimmer opendraaien en minder als we de dimmer dichtdraaien. Zo is het bewustzijn ‘dichtgedraaid’ tijdens diepe slaap en ‘opengedraaid’ tijdens meditatie, inspirerende gesprekken of lezingen, goede films, mooie muziek, het liefdesspel, visualisaties of lange wandelingen in de natuur.
De ziel is de uiteindelijke waarnemer van alles. De zintuigen zijn slechts fysieke instrumenten. Het is de ziel die uiteindelijk de beelden, geluiden, geuren, smaken en gevoelens waarneemt die tot ons komen via de zintuigen. En het is de ziel die de gedachten en emoties ervaart die via de hersenen worden gegenereerd.
Intuïtie zou je kunnen zien als een directe waarneming van de ziel, zonder tussenkomst van de zintuigen en hersenen. Mensen met een bijna-doodervaring nemen klaarblijkelijk hun omgeving louter en alleen met hun intuïtie waar, dus rechtstreeks met hun ziel. Dat geldt ook voor paranormale waarnemingen.

De atma geeft levenskracht

Naast de functie van waarnemen, is de atma ook de bron van onze levenskracht. Het fysieke lichaam kan alleen leven en groeien dankzij de levenskracht van de ziel. De ziel gebruikt het lichaam als een fysiek voertuig in de materiële wereld. Zodra dit voertuig dood is, verlaat de ziel het. Maar omdat de ziel onsterfelijk is, blijft ze na de dood voortbestaan, hetgeen blijkt uit de vele verslagen van mensen met een BDE. Deze mensen waren enkele minuten klinisch dood, maar hun bewustzijn bleef bestaan, wat betekende dat hun ziel ook bleef voortbestaan.
Dieren, planten en andere levende wezens hebben eveneens een atma, of beter gezegd zijn een atma, omhuld door een lichaam, want ook zij bezitten levenskracht die hun lichaam in leven houdt.

De atma is een schepper

De atma heeft wilskracht en verlangens. Dit maakt haar creatief. Mensen verlangen daarom voortdurend naar het scheppen van producten, diensten, organisaties, gebouwen of kunst. Het aantal creaties in de geschiedenis is onvoorstelbaar. Er zijn gigantische keizerrijken opgebouwd zoals die van de Romeinen, Perzen, Mongolen, Arabieren, Inca’s, Azteken, Chinezen, Turken, Russen, enz. Heden ten dage is er dankzij de eindeloze creativiteit van de wetenschap, een maatschappij ontstaan die ongeëvenaard is in de menselijke geschiedenis.
De groei van creativiteit is een essentieel hoofdthema in de groei van de ziel, want ze heeft een ononderbroken verlangen om een belangrijke bijdrage te leveren aan de vooruitgang van de maatschappij. Ze is een deeltje van de schepping en daarin wil ze een scheppende functie vervullen. Omdat creativiteit zo’n wezenlijk onderdeel van de ziel is, wordt ze heel gelukkig wanneer ze creatief bezig is.

De atma is een genieter

De ziel heeft nog een andere hele fundamentele eigenschap: die van genieter. Daarom verlangt iedereen er zonder uitzondering naar te genieten. Bewustzijn en creativiteit zijn onlosmakelijk verbonden met genieten, want de ziel heeft het bewustzijn nodig om genot te kunnen ervaren en ze moet de wereld om haar heen zo goed mogelijk vormgeven om er optimaal van te kunnen genieten.

De mens evolueert van lage vormen naar steeds hogere vormen van genot. We zien dat kinderen vrijwel allemaal door dezelfde stadia van genot heengaan, die ze uitgebreid doorleven en onderzoeken. Ze doen dat in het begin volledig egocentrisch om pas na enige tijd te ontdekken dat er meer te genieten valt als ze hun genot delen met anderen.

De meeste mensen gaan hun hele leven door met het proeven van de eindeloze hoeveelheid materiële genoegens. Volgens de Upanishads is er daarom reïncarnatie, omdat je vele levens nodig hebt om alle vormen van genot in de wereld te kunnen ervaren. ‘Het leven is als een doos met chocolaatjes,’ zegt Tom Hanks in de film Forrest Gump.

Het leven lijkt ook op een kermis. Je gaat eerst in de draaimolen, daarna in de achtbaan, daarna in het reuzenrad en daarna in het spookhuis. Vervolgens ga je naar de schiettent en het gokhuis en tussendoor eet je patatjes, ijsjes en suikerspinnen, tot je er genoeg van hebt, misselijk wordt of je geld op is. Zoals kinderen na enige tijd genoeg krijgen van een bepaald soort genot, spel of speelgoed en daarna weer andere soorten zoeken, zo krijgen volwassenen ook steeds weer genoeg van bepaalde vormen van genot en zoeken daarna weer wat anders.

De atma is een sociale genieter

Er bestaan dus verschillende gradaties van genot in deze wereld. Het genot van levenloze objecten is het laagst. Daarboven komt het genot van planten en dieren omdat die leven. Levende energie geeft altijd meer genot dan levenloze energie. Het genot van menselijke omgang is hoger dan dat van dieren en planten. We zien dat mensen altijd andere mensen opzoeken anders worden ze eenzaam/omdat ze anders eenzaam worden. Een hond, konijn of kanariepiet geeft een mens/zijn eigenaar? onvoldoende sociale voeding om de eenzaamheid buiten de deur te houden.

Er zijn ook gradaties van genot in het sociale leven. Van bewuste mensen kun je meer genieten dan van onbewuste. Bewustzijn dient overigens niet verward te worden met geleerdheid. Sommige analfabeten zijn bewuster dan boekenwormen. De reden dat de omgang met bewuste zielen zo aangenaam is, is dat zij een hoge gelukscapaciteit bezitten en deze gemakkelijk kunnen delen met andere mensen. Onbewuste mensen hebben een lage gelukscapaciteit.
Bewuste mensen hebben bovendien ook minder geluksbelemmeringen zoals onzekerheid, angst, beschermingsmechanismen, depressiviteit e.d. Daarom kan de geluksenergie van hun ziel gemakkelijker naar buiten stralen en zijn ze beter in staat zielscontact te maken dan onbewuste mensen. Onbewuste mensen kunnen over het algemeen alleen met andere mensen omgaan door ze te domineren, de aandacht voor zich op te eisen, met ze te wedijveren, van ze te profiteren, geld aan ze te verdienen, ze te vernederen of ze klein te houden. Er zit maar heel weinig genot in zulke activiteiten omdat andere mensen zich er niet comfortabel bij voelen en zich er voor afsluiten. Daardoor ontstaat er geen inspirerende stroom van geluksenergie. Dit soort relaties zijn deprimerend en ongezond.
Bewuste mensen streven naar zielscontact. Daar steken ze veel meer tijd in dan in het genot van materie of het hebben van ongezonde relaties. Alleen in gelijkwaardige relaties op zielsniveau kan werkelijk geluk ontstaan.

De atma is eeuwig

De atma is volgens vrijwel alle spirituele tradities in de wereld een eeuwig onsterfelijk wezen. Ze kan door niets en niemand worden vernietigd.
Materiële energie is vergankelijk. Alles in de materiële wereld heeft een begin en een eind en bezit een lage genotsenergie. Dat is de reden dat het genot van materiële objecten en zaken zo snel gaat vervelen. Doordat de ziel een veel fijnere trilling heeft dan stoffelijke energie, kan ze nooit volledige bevrediging krijgen uit het genot van de materie.

Sommige oosterse filosofen beweren dat de ziel na lange spirituele ontwikkeling verlicht raakt, haar individualiteit verliest en versmelt met een soort eeuwig spiritueel licht. Andere filosofen stellen echter dat de ziel een uniek wezen is en voortdurend streeft naar het realiseren van haar authentieke karakter. Verlichting betekent dat de ziel haar unieke individualiteit en authentieke karakter juist steeds verder ontwikkelt. Het is geen statisch einddoel waarin de individualiteit verdwijnt, want wat is dan het nut nog van persoonlijke groei?
We raken steeds meer verlicht, alsof de dimmer steeds verder wordt opengedraaid. Dit wordt bevestigd door bijna alle mensen met een bijna-doodervaring. Zij zagen tijdens hun BDE allerlei onbelichaamde lichtwezens met een zeer hoog bewustzijn en een uniek authentiek karakter.

De atma is als een diamant

De ziel is als een diamant wiens unieke karakter tijdens haar reis door het leven (en vorige levens) voortdurend geslepen wordt. In het begin van die lange reis is deze diamand ruw en grof. Dit zijn de scherpe kanten van het karakter. Langzaam worden deze scherpe kanten er door alles wat we meemaken afgeslepen. De geleidelijke vermeerdering van deze facetten is de verfijning en verrijking van het karakter. Maar het slijpen van de diamant doet soms ook pijn: als er veel scherpe kanten aan zitten moet er lang en stevig gevijld worden. Alle gebeurtenissen in ons leven staan in dienst van dit slijpproces, zowel de aangename als onaangename. Andere diamanten spelen daarin een cruciale rol, want in de omgang met andere zielen wordt het slijpproces enorm bevorderd. Soms springen de vonken er vanaf!

Hoe meer facetten de diamant krijgt, hoe meer kleuren er ontstaan als er licht doorheen schijnt. Op deze manier wordt de diamant steeds mooier en rijker. Hij verliest nooit zijn waarde en hij is onverwoestbaar. De verfijning en groei van de ziel kent geen einde. Wij worden allemaal steeds mooier, kleurrijker en zelfbewuster en we gaan steeds meer stralen. Een van de redenen dat er reïncarnatie is, is omdat er vele levens nodig zijn voor dit slijpproces. Eén enkel leven is lang niet genoeg om een ‘verlichte ziel’ te worden.

‘Jij bent Dat’

We hebben gezien dat genieten van onze eigen ziel en andere zielen hoger is dan genieten van levenloze dingen, maar er is een nog hogere vorm van genieten.
Genieten wordt nog veel intenser als we de spirituele oorsprong achter de natuur en de atma gaan ervaren. Deze wordt door de Upanishads ‘Paramatma’ genoemd. Het is de Ziel van het universum, vergelijkbaar met ‘de Heilige Geest’ van het Christendom, Jodendom en de Islam of de ‘Great Spirit’ van de sjamanen. Ik vind de term ‘Ziel van Moeder Natuur’ wel een toepasselijke.
De Upanishads gaan er van uit dat de realiteit uit drie bestanddelen bestaat:

1.    de levenloze materie
2.    de levende wezens (de atma’s)
3.    het Universele Levende Wezen (Paramatma)

Levenloze materie kan alleen in beweging komen onder invloed van de atma’s en Paramatma. Zonder de creatieve levenskracht van deze twee soorten atma’s gebeurt er niets.
De Upanishads beschouwen de wereld als het lichaam van Paramatma. Zoals de atma het fysieke lichaam doorstraalt met levenskracht en bewustzijn, zo doorstraalt Paramatma het hele universum met oneindig bewustzijn en onbeperkte levenskracht. Plato noemde dit de ‘wereldziel’.

Zoals het fysieke lichaam alleen kan functioneren en groeien dankzij de levenskracht van de atma, zo kan het universum alleen functioneren en evolueren dankzij de levenskracht van Paramatma.
De individuele ziel en de Universele Ziel lijken dus erg op elkaar. Vandaar de tekst ‘Jij Bent Dat’ (Tat Tvam Asi).

Atma en Paramatma verhouden zich tot elkaar als een vuurvonkje en een groot vuur. Ze zijn beiden vuur, want het vuurvonkje heeft dezelfde eigenschappen als het hele vuur. Als ik zeg ‘Jij Bent Dat’ is dat hetzelfde als wanneer ik zeg: ‘het vonkje is vuur’. Kwalitatief zijn ze aan elkaar gelijk.

Als de Upanishads zeggen: ‘Jij Bent Dat’ wordt daarmee bedoeld: ‘Jij bent net zo spiritueel of goddelijk als de Universele Ziel. Jij hebt dezelfde spirituele en goddelijke kwaliteiten van bewustzijn, levenskracht en gelukzaligheid als de Ziel van het Universum.’ De ziel kan oneindig groeien in deze spirituele eigenschappen, net zoals een vuurvonkje uit kan groeien tot een gigantisch vuur.

Hoe kunnen we onze ziel verbinden met de Universele Ziel?

Deze verbinding krijgen we ten eerste door volledig in het hier-en-nu te leven. Als we dat doen, ervaren we een diep geluksgevoel omdat we verbonden zijn met onze spirituele oorsprong, de Paramatma, die ten grondslag ligt aan alle verschijnselen van de fysieke wereld om ons heen.

De tweede manier om je met de Universele Ziel te verbinden is door er regelmatig over te lezen, er met anderen over te praten, te luisteren naar spirituele lezingen en rituelen uit te voeren. Het maakt daarbij niet vanuit welke spirituele of religieuze traditie je dat doet. Paramatma is volledig universeel en is de essentie en het doel van al die tradities.

De derde vorm is meditatie. Daarbij maak je contact met zowel je eigen atma als Paramatma. Vervolgens verenig je de twee. In die vereniging ga je een spiritueel genot ervaren dat ver uitstijgt boven alle vergankelijke vormen van materieel genot. Je zult merken dat je gaandeweg steeds minder genoegen neemt met de beperkte vergankelijke pleziertjes van de materie. Die zijn als plasjes water vergeleken met de oceaan van het spirituele ‘Atma-geluk’ (atmananda).
Een variatie op de zittende meditatie is de bewuste natuurwandeling. Door rustig te wandelen in een mooi natuurgebied of op het strand, kun je hetzelfde spirituele genot ervaren als tijdens de zitmeditatie. Ga daarbij ook af en toe zitten op een mooie plek en kijk eenvoudig om je heen. Je zult ook dán de Ziel van de Wereld ervaren, want Paramatma is de Ziel van Moeder Natuur. Ook hardlopen is voor veel mensen een meditatieve ervaring.

De vierde manier is bidden, visualiseren of affirmeren. Het is wonderbaarlijk hoe op deze wijze je wensen in vervulling gaan, problemen worden opgelost of ziektes worden genezen. Het is daarom niet verwonderlijk dat in alle spirituele tradities van deze methoden gebruik wordt gemaakt.

De vijfde en volgens mij de allerbelangrijkste manier om je ziel met Paramatma te verbinden is door je er van bewust te zijn dat je leven onafgebroken begeleid wordt door deze eeuwige Innerlijke Vriend en Gids. 

Zo zijn er nog tal van andere manieren om jezelf te verbinden met het Universele Zelf. Gebruik daarvoor je creativiteit.

Conclusie

Op de vraag ‘wie ben ik?’ wil ik het volgende concluderende antwoord geven. We zijn een eeuwig spiritueel wezen dat momenteel door een lichaam omhuld wordt. Dit wezen, de atma of ziel, bezit een authentiek eigen karakter dat zich in de loop van haar bestaan ontwikkelt en verfijnt. De ziel bezit bewustzijn, levenskracht en creativiteit waarmee ze zichzelf en de wereld waarneemt en vormgeeft zodat ze optimaal kan genieten. Ze is bovendien een sociale genieter die graag met andere zielen omgaat en deze ook nodig heeft om te groeien en gelukkig te worden.

De ziel verbindt zich niet alleen graag met andere zielen, maar ook met de Universele Ziel, die haar oorsprong is. Onze ziel bezit dezelfde eigenschappen als de Universele Ziel, en deze eigenschappen groeien oneindig. De groei in bewustzijn en creativiteit van elke ziel is gericht op één gezamenlijk hoofddoel: de voortdurende verdieping van de relatie met andere zielen en de Universele Ziel. De ontwikkeling van deze spirituele ‘driehoeksverhouding’ is de bron van het hoogste geluk.

Lees ook: Atma en Paramatma